Rolstoel hellingen: wanneer zijn ze optimaal toegankelijk?

De wettelijke bepalingen van toegankelijkheid betreffende hellende vlakken voor rolstoelgebruikers: Artikel 19:

 

§1. Het hellingspercentage bedraagt hoogstens:

  1. tien procent bij niveauverschillen tot 10 cm, of in geval van buitenruimtes bij niveauverschillen van 2 tot en met 10 cm;
  2. 8,3 procent bij niveauverschillen van 10 cm tot 25 cm;
  3. 6,25 procent bij niveauverschillen van 25 cm tot 50 cm;
  4. vijf procent bij niveauverschillen van 50 cm of groter.

§2. Een combinatie van hellingen is toegestaan op voorwaarde dat gezorgd wordt voor een tussenbordes van 120 cm op 150 cm ter hoogte van de overgang. Als een combinatie van hellingen gepaard gaat met een verandering van richting, is een tussenbordes van 150 cm op 150 cm, ter hoogte van de richtingsverandering, vereist.

§3. Bij hellingen met een hellingspercentage van meer dan vier procent moet zowel bovenaan als onderaan voor een vrije en vlakke draairuimte worden gezorgd. Die draairuimte mag maximaal twee procent in één richting hellen met het oog op de afwatering.

§4. Bij een overbrugging van een niveauverschil van meer dan 50 cm of een helling van meer dan 10 m met een hellingspercentage van meer dan vier procent, moet voor een tussenbordes van 120 cm op 150 cm gezorgd worden. Als de helling verandert van richting, is een tussenbordes van 150 cm op 150 cm, ter hoogte van de richtingsverandering, vereist.

§5. De breedte van een helling met een hellingspercentage van meer dan vier procent bedraagt minstens 145 cm, zodat na de afwerking van de eventuele wanden en met inbegrip van de ruimte voor eventuele plinten en leuningen een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 120 cm gegarandeerd wordt.

§6. In de aanvraag kunnen afwijkingen worden opgenomen als in het aanvraagdossier gemotiveerd aangetoond wordt dat na de afwerking van de eventuele wanden een vrije en vlakke doorgangsbreedte, gemeten tussen de afgewerkte wanden en met inbegrip van eventuele leuningen en plinten, van minstens 120 cm gegarandeerd wordt.

§7. Als een helling een niveauverschil van meer dan 10 cm overbrugt, moet aan de open zijkanten van de helling en aan de eventuele tussenbordessen over de volledige lengte van de helling voor een afrijdbeveiliging van minstens 5 cm hoogte gezorgd worden.

§8. (…)

§9. Aan de zijkanten van een helling die een niveauverschil van meer dan 25 cm overbrugt, moet aan beide zijden een leuning aangebracht worden, die doorloopt over eventuele tussenbordessen. Voor het begin en aan het einde van de helling moet de leuning minstens 40 cm horizontaal verderlopen. Als de leuning in het ijle stopt, moet ze worden afgerond naar de grond of naar de wand.

 

Verduidelijking bij artikel 19:

Wanneer een helling?

De bepaling is slechts van toepassing op toegangspaden met een helling groter dan 4% in de richting van de normale looprichting. Het zou immers niet realistisch en totaal overbodig zijn lichte hellingen verplichtend uit te rusten met leuningen en tussenbordessen.

Allereerst worden maximale hellingspercentages bepaald in functie van de grootte van het te overbruggen niveauverschil.

Bij het ontwerpen is het te overbruggen hoogteverschil steeds gekend, waardoor de architect perfect kan nagaan hoe groot het hellingspercentage mag zijn,

Tussenbordes of vrije en vlakke draairuimte:

Dit om de nodige rustpunten te voorzien door te vermijden dat een helling te lang aanhoudt. Op die manier wordt het bovendien mogelijk voor een rolstoelgebruiker om terug te keren indien zij of hij dit nodig zou achten zonder de volledige helling af te leggen.

Dit om personen in een rolstoel de mogelijkheid te geven om zich goed op te stellen voor het hellend vlak en om zich eventueel te kunnen draaien. Het gebeurt vaak dat een hellend vlak aangebracht is voor de inkomdeur. Vandaar het belang van een horizontaal bordes van 150 cm op 150 cm om, indien de deur gesloten is, te kunnen terugkeren, zonder dat men verplicht is achterwaarts de helling af te rijden.

Dit is echter ook nodig om er voor te zorgen dat het hellend vlak in elke situatie bruikbaar is en om te vermijden dat mensen in een rolstoel achterwaarts de helling moeten afrijden als hen op het einde van de helling niet de mogelijkheid geboden wordt om om te keren.

Belangrijk is dat de opstelruimte horizontaal is, al wordt voor buitenruimten wel een dwarshelling van maximaal 2% toegelaten in functie van afwatering.

Waarom leuning?

De leuning is nodig om steun te verlenen bij het nemen van de helling. Voor personen met een visuele handicap is het belangrijk dat de leuningen als geleiding doorlopen over de tussenbordessen. Ook het laten doorlopen van de leuning over een lengte van 40 cm aan het begin en het einde van de helling is een maatregel ten behoeve van personen met een visuele handicap. Indien de leuning pas aan het begin van de helling zou starten, bestaat het gevaar dat de helling te laat opgemerkt wordt.

Meer info of vragen?

Contacteer ons gratis via 0800/95 700 of via info@blijfactief.be
blijfactiefteam